verkeerslichten

Waarom springt ons stoplicht in één keer van rood naar groen?

Auto Tech

“Eén stoplicht springt op rood, een ander weer op groen. In Almelo is altijd wat te doen”, zo luidt een van de bekendste quotes van cabaretier Herman Finkers. Het oranje licht is echter minstens zo belangrijk. In sommige landen, waaronder Duitsland, wordt het oranje licht (samen met het rode) ook gebruikt om aan te geven dat het snel groen wordt. Waarom doen we dat in Nederland niet?

Daarvoor moeten we om te beginnen de functie van het oranje licht onder de loep nemen. Als het licht voor één richting op rood springt, duurt het altijd even voordat een andere conflicterende richting groen krijgt. Dit is om ervoor te zorgen dat er voldoende tijd is om een kruispunt vrij te maken. Dit wordt ook wel de ontruimingstijd genoemd.

“Pas als alle auto’s van het kruispunt af zijn, kan er weer een verkeerslicht op groen springen”, laat de ANWB weten.

Deze ontruimingstijd wordt precies berekend en houdt rekening met de rijsnelheid van voertuigen (dus ook fietsers) en voetgangers en de plaats op het kruispunt waar de verschillende stromen elkaar zouden raken (conflictpunten), zegt Marco van Burgsteden van CROW, het kennisplatform voor infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer.

“Is de ontruimingstijd te kort, dan kan dat onveilig zijn. Is deze te lang, dan hebben mensen het gevoel dat men voor niets staat te wachten voor een leeg kruispunt.”

Het oranje verkeerslicht vervult een specifieke functie.

‘Van rood naar oranje en dan groen is verwarrend’

De ontruimingstijd bepaalt dus wanneer een volgende richting op een kruispunt naar groen mag gaan, maar dan moeten veel mensen toch even reageren voordat ze kunnen wegrijden. Is het dan niet handiger om dat aan te kondigen met een oranje licht?

Door van rood eerst naar oranje en dan naar groen te gaan is volgens Van Burgsteden in de eerste plaats verwarrend.

“Stel, je komt de hoek om en je ziet dan pas een oranje verkeerslicht, is dat dan om te stoppen of om te signaleren dat je bijna mag rijden? Met andere woorden: is het net van groen naar oranje of van rood naar oranje gegaan?”

‘In Nederland sta je minder lang stil’

Dat valt volgens Van Burgsteden te ondervangen door dat oranje licht samen met het rode licht te laten branden, zoals in Duitsland. Uiteindelijk maakt het voor de veiligheid niets uit en kost het zelfs meer tijd en doorstromingscapaciteit.

“Zo is in Duitsland inmiddels al bepaald dat dit aankondigingsoranje niet langer dan een seconde mag duren, omdat het eigenlijk tijd afsnoept van de groentijd.”

Die ene seconde oranje en rood, waarin je niet mag wegrijden, heb je in Nederland niet. Hier gaat een verkeerslicht meteen naar groen, op het moment dat het Duitse stoplicht het oranje licht laat zien.

“Je staat hier in feite minder lang stil als je een snel reactievermogen hebt. Zou die seconde er wel bijkomen, dan moet je een hele andere berekening maken voor de afstelling van de stoplichten en de ontruimingstijd. Daardoor loopt het tijdverlies over de dag genomen flink op.”

‘Geen voordeel voor bestuurder bij Duits principe’

Ook wijst onderzoek er volgens Van Burgsteden op dat het verspringen van rood naar oranje en dan op groen niet tot een snellere reactietijd van de bestuurder en daarmee betere doorstroming leidt.

“Het is eerder zo dat bestuurders minstens net zo snel, zo niet sneller weg zijn bij een verkeerslicht als het direct van rood naar groen verspringt.”

Dit betekent tevens dat er geen voordeel te behalen is voor bestuurders van voertuigen met een startstopsysteem. Dergelijke systemen hebben een fractie van een seconde nodig om de motor aan te slingeren, waardoor het in theorie misschien handiger is om eerst een oranje licht te zien in plaats van direct het groene.

Met de opkomst van elektrische auto’s lijkt dat probleem van tijdelijke aard te zijn. Daarnaast wordt geëxperimenteerd met slimmere verkeerslichten, die met de auto kunnen communiceren en er zo voor kunnen zorgen dat de groentijd en de rijsnelheid worden afgestemd.

“Vooral voor vrachtverkeer, dat veel brandstof nodig heeft om te stoppen en weer weg te rijden, levert dat milieuwinst op”, besluit Van Burgsteden.