Nadal

Tennissers zorgen met élke slag voor milieuvervuiling: nieuw soort bal moet sport ‘vergroenen’

Sport

Tennissers vervuilen het milieu met elke slag die zij slaan. Een nieuw soort bal moet de sport helpen ‘vergroenen’. ,,Álle tennissers dragen nu bij aan de plastic soep.’’

Het besef kwam op de tribune van het ABN Amro World Tennis Tournament in Rotterdam Ahoy. Eric Petersen keek naar de hoeken van de baan en zag die alsmaar geler worden. Losgeslagen ‘ballenvilt’ hoopte zich voor zijn ogen op, vertelt hij. ,,Toen viel het kwartje: allemaal microplastics. Die wil je niet in de lucht hebben.’’

Maar het gebeurt wél. Op grote schaal zelfs: tennis is met 1 miljoen actieve spelers immers de één na populairste sport van Nederland. Slecht voor de plastic soep in de oceanen én onze gezondheid, stelt compagnon Hélène Hoogeboom. ,,Als je op een tennisslag inzoomt, zie je hoeveel deeltjes telkens loslaten. Vervolgens ademen we het allemaal weer in.’’

Jasje uit Nieuw-Zeeland

Petersen en Hoogeboom staan, samen met Marc Rouffaer, aan het hoofd van Renewaball: een start-up die de tennissport met een nieuw soort tennisbal wil vergroenen.

Bijvoorbeeld door de bal een ‘volledig biologisch jasje’ te geven. Petersen vertelt dat de ‘jasjes’ – de geelgroene buitenkant – van vrijwel elke tennisbal uit Engeland komen. Daar staat een wever die omhulsels maakt van wol uit Nieuw-Zeeland. In dat land leeft het merinoschaap, de leverancier van het ideale ‘tenniswol’. Fabrikanten vermengen deze wol met nylon en, in sommige gevallen, polyester om de bal goedkoper én steviger te maken.

De wol van Nederland­se schapen bleek helaas ongeschikt voor het maken van een tennisbal.

— Eric Petersen

Volgens Petersen kleven aan die werkwijze twee grote nadelen: het gebruik van kunststofvezels én de enorme afstanden die voor de balproductie overbrugd moeten worden. ,,Die afstanden worden nog groter, omdat de ballenfabrieken in het Verre Oosten staan. Onderzoek heeft uitgewezen dat álle ballen die Nederlanders jaarlijks gebruiken, voor evenveel CO2-uitstoot zorgen als 19.000 personen die van Amsterdam naar Barcelona vliegen.’’

Niet één, maar twee schapen

Petersen is met de Engelse wever gaan nadenken over nieuwe jasjes waar géén wol uit het verre Nieuw-Zeeland voor nodig zou zijn. Ze zijn gaan experimenteren met Engelse schapenwol. ,,De wol van Nederlandse schapen bleek helaas ongeschikt. Je hebt een speciale lengte, stevigheid en stugheid nodig om geschikte garens te kunnen spinnen.’’

De zoektocht leidde tot een mix van Engelse en Noorse wol, én wat katoen. ,,Volledig biologisch materiaal. En lokaal geproduceerd, waardoor al die vliegkilometers niet meer nodig zijn.’’

Als je níet voor onze bal kiest, houd je een slechte bal in stand en blijf je bijdragen aan de plastic soep

—Hélène Hoogeboom

Dan de bal zelf. Volgens Petersen is een kwart van het materiaal hergebruikte ‘oude tennisbal’. Het doel is om dat percentage de komende jaren verder op te krikken. ,,Het lastige is dat elke bal een andere samenstelling heeft. We kennen alleen het recept van onze eigen ballen, waar we zeker 50 procent van hergebruiken.’’ Van de stukjes bal die géén tweede leven als bal krijgen, wil Renewaball aan tennis gerelateerde producten maken.

5,5 miljoen ballen per jaar

Hergebruik is belangrijk, omdat zo’n beetje elke afgedankte tennisbal in de verbrandingsoven verdwijnt. Alleen in Nederland gaat het jaarlijks om circa 5,5 miljoen exemplaren.

Een blik met drie Renewaball-ballen kost 11,25 euro. Dat is een paar euro duurder dan de kokers van populaire merken. De levensduur is volgens de ondernemers gelijk. Binnen een jaar hoopt Renewaball 200.000 ballen te verkopen.

‘Jongeren vinden dit belangrijk’

De initiatiefnemers denken dat steeds meer tennissers bereid zullen zijn om dat extra geld neer te leggen. Hoogeboom: ,,Vooral jongeren zijn met duurzaamheid bezig, de oudere generaties minder. Maar je merkt wél dat zij hier met ouderen over praten. Het gaat om besef: als je níet voor onze bal kiest, houd je een slechte bal in stand en blijf je bijdragen aan de plastic soep.’’